Als alles klopt, behalve het gevoel

Als alles klopt, behalve het gevoel

Het gesprek. Het einde. En de eerlijke kans die er nooit was.

Gisteren had ik een gesprek met HR. Het was een rustig gesprek, netjes gevoerd, zonder harde woorden. Alles verliep volgens de regels, zoals het hoort. En toch voelde het voor mij als een afsluiting. Niet omdat iemand expliciet zei dat het voorbij was, maar omdat de richting duidelijk was: afronding, WIA, termijnen. Het voelde alsof het traject al verder was dan het gesprek zelf.

Ik wil daarbij meteen één ding duidelijk maken. Dit stuk is geen aanklacht tegen personen. Ik verwijt niemand persoonlijk iets. De mensen die aan tafel zaten, deden wat binnen hun rol van hen verwacht werd. Wat mij raakt, zit dieper dan dat. Het gaat over hoe een systeem werkt, en wat dat systeem doet met iemand die er middenin zit.

Geen eerlijke kans
Wat mij het meest blijft bezighouden, is het gevoel dat mijn re-integratie nooit echt een eerlijke kans heeft gekregen. Door een ernstige ziekte heeft het traject een aantal maanden vrijwel stilgelegen. In die periode was er simpelweg geen ruimte om stappen te zetten, geen energie om vooruit te kijken, geen mogelijkheid om actief te re-integreren. Dat was niemand aan te rekenen, maar het was wel de realiteit.

Tegelijkertijd bleef de tijd doortikken. De wettelijke termijnen liepen door, ongeacht mijn situatie. Terwijl ik bezig was met herstel, kwam de einddatum steeds dichterbij. Formeel klopt dat. De regels zijn helder en worden consequent toegepast. Maar menselijk gezien schuurt het. Het voelt wrang dat juist de maanden waarin ik het meest kwetsbaar was, achteraf meetellen in de beoordeling alsof ze gelijkwaardig waren aan maanden waarin re-integratie wél mogelijk was.

Formeel correct, inhoudelijk leeg
Ik heb me altijd volledig ingezet voor mijn werk. Dat deed ik vóór mijn ziekte, en dat heb ik ook daarna gedaan, binnen de grenzen van wat verantwoord was. Tijdens mijn re-integratie heb ik mij steeds gehouden aan de adviezen van artsen en begeleiders. Ik heb meegedacht, meegewerkt en geprobeerd kansen te zien, zelfs op momenten dat dat mentaal en fysiek veel vroeg.

Toch blijft het gevoel knagen dat het traject vooral netjes is afgehandeld, niet daadwerkelijk is doorleefd. Op papier is aan alle eisen voldaan. Verslagen zijn geschreven, stappen zijn afgevinkt, procedures zijn gevolgd. Maar in de praktijk voelde spoor 1 steeds minder als een echte mogelijkheid. Het verschil tussen wat klopt op papier en wat je ervaart in het dagelijks leven, kan groot zijn. En precies in dat verschil zit voor mij de teleurstelling.

De harde wereld
Wat dit alles mij laat zien, is hoe hard de wereld kan zijn. Niet hard in de zin van onmenselijk of kwaadaardig, maar hard doordat systemen geen pauze kennen. Ze lopen door, ongeacht persoonlijke omstandigheden. Loyaliteit, inzet en geschiedenis tellen mee, maar alleen zolang ze binnen het kader passen.

Ik begrijp dat. Echt. Regels zijn er met een reden en organisaties moeten zich daaraan houden. Maar begrijpen betekent niet dat het geen pijn doet. Soms kun je alles doen wat van je gevraagd wordt en toch op een punt uitkomen waar geen ruimte meer lijkt te zijn. Niet omdat je hebt gefaald, maar omdat het systeem zijn einde heeft bereikt.

Tot slot
Ik schrijf dit niet om medelijden op te roepen of om met de vinger te wijzen. Ik schrijf dit om eerlijk te zijn over wat dit met mij doet. Over het gevoel dat ontstaat wanneer iets formeel correct is, maar inhoudelijk leeg aanvoelt. Over de stilte die volgt wanneer een traject eindigt zonder conflict, zonder drama, maar ook zonder echte afronding.

Misschien is dat wel de moeilijkste conclusie om te trekken: dat je soms alles goed kunt doen, en toch geen eerlijke kans krijgt.

Gepubliceerd door

Gert Boks