Grenzen vervagen
In maart merkte ik dat de klachten verder toenamen. De pijn en vermoeidheid werden steeds meer onderdeel van de dag. Toch probeerde ik zo lang mogelijk door te gaan. Ik wilde laten zien dat ik mijn best deed en bleef mijn grenzen opzoeken, soms ook overgaan.
Eind maart viel ik opnieuw uit door mijn rugklachten. Dat moment kwam niet onverwacht, maar voelde wel als een teleurstelling. Ik had het idee dat ik weer een stap terug moest doen, terwijl ik juist zo graag vooruit wilde.
In april ben ik gestart met aangepast werk bij de afdeling Schoon. Dit aangepaste werk werd geregeld door mijn unitleider, de heer Petersen, en viel onder spoor 1. Het ging om papier prikken en ik werkte halve dagen. Het was nadrukkelijk tijdelijk bedoeld en geen duurzame werkplek, maar vooral een manier om te kijken wat er op dat moment nog mogelijk was.
Hoewel het op papier licht werk leek, merkte ik in de praktijk dat het mij veel energie kostte. Zelfs deze halve dagen vroegen veel van mijn lichaam. Ik was vaak moe en had langere hersteltijd nodig dan ik wilde toegeven. Toch bleef ik doorgaan, mede omdat ik collega’s niet tot last wilde zijn en graag wilde laten zien dat ik inzet toonde.
Wat ik hier wel graag wil benoemen, is mijn dankbaarheid voor de ruimte die er was om dit uit te proberen. Ik wil de heer Korts en de heer Uitslag bedanken voor hun medewerking en bereidheid om mij op hun afdeling aangepast werk te laten doen. Ook al bleek het uiteindelijk geen duurzame oplossing, voelde het voor mij goed dat zij wilden meedenken en mij die kans gaven.
Terugkijkend zie ik dat in deze periode mijn grenzen steeds verder vervaagden. Ik deed wat ik kon, maar luisterde nog onvoldoende naar wat mijn lichaam mij probeerde te vertellen.