Leven met Diabetes type 1

Leven met Diabetes type 1

Elke dag opnieuw de balans zoeken

Leven met diabetes type 1 betekent dat niets meer vanzelf gaat. Vanaf dat moment moest ik leren om mijn lichaam continu in de gaten te houden. Elke dag opnieuw.

Ik spuit vier keer per dag insuline. Overdag spuit ik drie keer kortwerkende insuline, afgestemd op wat ik eet. Dat betekent koolhydraten tellen en steeds opnieuw uitrekenen hoeveel insuline daarbij nodig is. Voor de nacht spuit ik één vaste eenheid langwerkende insuline. Deze zorgt ervoor dat mijn bloedsuiker in rust en tijdens de nacht gemiddeld rond de 6 mmol/L blijft. Mijn lichaam maakt zelf geen insuline meer aan, dus dit is volledig nodig om stabiel te blijven.

Naast het spuiten speelt alles mee: bewegen, stress, vermoeidheid, werk en zelfs emoties. Het heeft allemaal invloed op mijn bloedsuiker. Daardoor is geen dag hetzelfde. Ik moet voortdurend opletten, meten en bijsturen. Dat vraagt veel concentratie en energie.

Wat veel mensen niet zien, is dat diabetes type 1 geen kwestie is van “even opletten”. Het is constant bezig zijn. Fouten hebben direct gevolgen. Te laag of te hoog zitten voel je meteen, lichamelijk en mentaal. Dat maakt plannen lastig en geeft een voortdurende vorm van spanning.

Achteraf vraag ik mij soms af of ik eerder beter naar mijn lichaam had moeten luisteren. Ik was lange tijd vooral bezig met doorgaan, met werken en met re-integratie, en minder met de signalen die mijn lichaam al gaf. Of dit alles had kunnen voorkomen, weet ik niet. Wat ik wel weet, is dat ik signalen heb genegeerd omdat ik het graag goed wilde doen.

Dat besef is confronterend, maar helpt mij ook om nu anders met mijn lichaam om te gaan. Niet door mezelf schuld te geven, maar door beter te luisteren en mijn grenzen serieuzer te nemen dan ik eerder deed.

Gepubliceerd door

Gert Boks